De Deur in Huis

Na een aantal sollicitaties begon Caroline eind januari 2025 bij De Deur in Huis. Zelf denkt ze dat haar leergierigheid en haar ondernemende karakter de doorslag gaven. Zo besloot ze ooit met een studiegenoot mee te doen aan een tender, ook al waren ze helemaal geen architecten, laat staan een bureau. Winnen deden ze niet, maar het was een leerzame ervaring.

Als klein meisje vroeg Caroline rolletjes plakband voor Sinterklaas, omdat ze knutselend al snel alles er doorheen jaagde. Dat ze architect wil worden, weet ze eigenlijk pas sinds een paar jaar. Ze begon met de studie Biologie. ‘Maar ik wilde graag meer doen, projecten draaien in plaats van dikke boeken lezen.’ Dat kon op de opleiding Built Environment. En tijdens een minor aan de Groningse Academie van Bouwkunst merkte ze dat alles wat ze leuk vindt, samenkomt in architectuur.

Inmiddels is ze volledig overtuigd: ze wordt architect. Voor de master Architectuur, die ze nu volgt, koos Caroline weloverwogen voor de Academie van Bouwkunst in Arnhem. Maar vier dagen in de week is ze ‘gewoon’ in Groningen aan het werk. Bij De Deur in Huis werd ze voor haar gevoel meteen in het diepe gegooid. ‘In mijn eerste week mocht ik al een gevelontwerp maken, dat twee weken later door de welstand kwam. Dat gaat hard, dacht ik.’

Het leuke van het architectenvak? ‘Het puzzeltje oplossen, nadenken over hoe je een logisch ontwerp maakt. Alles kloppend maken, en ook nog mooi. En hoe zorg je dat wat je bedacht hebt, ook echt gemaakt kan worden?’ Caroline hecht veel belang aan contextgericht ontwerpen. Dat betekent vooraf grondig onderzoek doen naar de plek, de omgeving, de gebruikers en de geschiedenis. ‘Ik zag dat ze dat hier doen, dat is ook waarom ik hier heb gesolliciteerd. En aan de opdrachten die ik nu doe, merk ik dat mijn gevoel klopte.’

Caroline ziet om zich heen de verschillende opgaven die spelen. Duurzaamheid, stikstofproblematiek, het woningtekort en de gevolgen van de gaswinning voor Groningers – om er maar een paar te noemen. ‘Ik zou het heel mooi vinden om eraan te kunnen bijdragen dat het leven van mensen net een beetje beter wordt. We moeten blijven innoveren, blijven zoeken naar andere oplossingen. Je kunt daarin het verschil maken als architect, of het nu voor één persoon is, voor heel Nederland, of zelfs voor Europa of de wereld.’